Waarom linnen koel is en meer

vlas onder de microscoop
linnen/vlas onder de microscoop

Waarom is linnen koel?

Linnen stoffen zijn stoffen gemaakt van de vlasplant. Plantaardige materialen, zoals linnen staan bekend om hun ‘verkoelende’ eigenschappen. Dat geldt dus ook voor katoen, hennep, ramee, viscose en lyocell. Plantaardige vezels bestaan alle voor het grootste deel uit cellulose en geven warmte (maar ook de kou) gemakkelijk door. Het materiaal geleidt goed.

Bovendien gaat vocht (zweet) heel gemakkelijk door de vezels heen, doordat het plantaardige materiaal heel snel vocht kan opnemen en doorgeven. Vergelijk het met papier dat vochtig wordt. Hierdoor zweet je linnen kledingstuk als het ware gewoon met je mee, in plaats van het zweten tegen te houden, wat andere materialen al snel doen. Dat is cruciaal om af te kunnen koelen en linnen doet dit net iets sneller dan katoen. Bovendien is de totale vochtopname hoger.

En misschien heeft linnen nog wat meer verkoelend vermogen dan de andere plantaardige vezels, doordat het natuurlijke vochtgehalte van linnen wat hoger ligt. Linnen kan vanuit droge toestand 12,4 % vocht opnemen (‘regain’) en het zal doorgaans 10,4 % vocht bevatten (‘content’).  Bij katoen en viscose zijn deze getallen lager.

Achtergrond van linnen
Het woord ‘linnen’ heeft verschillende betekenissen, zoals:
• linnen als grondstof (LI), ook ‘vlas’ genoemd; op het samenstellingsetiket mogen ‘vlas’ en ‘linnen’ beide gebruikt worden in het Nederlands; let op dit geldt niet in andere talen (!): in het Engels gebruik je uitsluitend ‘flax’;

• linnen stoffen, deze zijn meestal goed herkenbaar aan de plaatselijke draadverdikkingen (‘slubs’) en hoewel de naam niet veel zegt wordt de stof vaak gewoon ‘linnen’ genoemd; linnen slubs in fabric

linnen stof met slubs
linnen stof met slubs

• huishoudlinnen, zoals tafelkleden (tafellinnen) en beddegoed (bedlinnen) zijn vaak van linnen/vlas gemaakt, maar vaak ook niet (zoals zijde, wol, katoen, synthetische vezels, of mengingen): zie bijvoorbeeld de beschrijving van damast in Wikipedia. Hoewel er dus andere materialen gebruikt worden heeft linnen wel het voordeel dat het weinig pluist. Gecombineerd met de goede vochtopname heeft linnen dus zeer goede eigenschapen voor servetten en theedoeken.

tafellinnen
tafellinnen

Linnen, of vlas dus, komt van de vlasplant. Het wordt al eeuwenlang gebruikt voor textiel…

34000 years flax
34000 years flax

Halflinnen
Halflinnen is een stof die bestaat voor ongeveer de helft uit vlas en voor de andere helft uit katoen. De officiele wetstekst hierover zegt:
Producten met een ketting van zuiver katoen en een inslag van zuiver vlas, waarin het aandeel van het vlas niet minder dan 40 % van het totale gewicht van het ontpapte weefsel bedraagt, mogen worden aangeduid met de benaming „halflinnen”, met de verplichte vermelding van de samenstelling: „ketting zuiver katoen — inslag zuiver vlas of linnen”.

Herkomst van linnen
Katoen komt uit warme streken, maar vlas heeft minder warmte nodig. Hennep overigens ook. Vlas (en hennep) groeit daardoor in onze gematigde streken. Vroeger werd het dan ook gewoon in Nederland verbouwd, nu bijna niet meer. Een Nederlands bedrijf die dat nog wel doet is ‘van de Bilt’.

In Belgie en vooral Frankrijk wordt nog wel behoorlijk wat vlas verbouwd. Een prominente informatiebron over linnen (en hennep) is Mastersoflinen.
Bekende andere vlasleverende landen zijn: China, Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland.

Kenmerken van linnen op een rij
• goede warmtegeleiding, ofwel slechte isolatie
• neemt snel vocht op
• hittebestendig (dus heet strijken kan)
• gevoelig voor schimmels, net als andere plantaardige vezels
• hoge slijtweerstand
• glanst (meer dan katoen)
• natuurlijke kleur is lichtbruin tot donkergrijs
• kreuk makkelijk doordat de vezels vrij stug en weinig elastisch zijn
• voelt snel vochtig aan, al bij geringe vochtopname
• hoge treksterkte, ongeveer 50% hoger dan katoen
• herkenning (hoe controleer je of het linnen is):
1. brandproef als katoen, maar iets meer zachte witte as en gloeit minder na
2. vezels zien er onder de microscoop uit als bamboescheuten (rechte stengels met plaatselijke verdikkingen).

En de milieu-eigenschappen niet te vergeten:
Linnen is natuurlijk, herwinbaar (groeit weer aan) en heeft relatief weinig chemicalien nodig, zoals kunstmest, bestrijdingsmiddelen, ontbladeringsmiddelen. Voor het waterverbruik geldt hetzelfde en bovendien groeit het vooral in gebieden waar de bevolking al voldoende drinkwater heeft, wat overigens bij katoen nog wel eens anders is.

Een wat negatiever puntje is het roten, het losweken van de vezels. We kennen het traditionele dauwroten (op het veld) en het waterroten, wat slecht voor het milieu is. Gelukkig is het dauwroten alweer helemaal terug en wordt deze methode weer het meest gebruikt. (Bron: http://www.randburg.com/is/flax/ – pagina bestaat nu helaas niet meer).

Leave a Reply