Viscose, bamboe-viscose en het milieu

In het kader van de voors en tegens van bamboe voor de textielbranche heb ik meer informatie gezocht over de eventuele milieuvervuiling door viscose (uit hout of bamboe). Zie ook mijn blogpost: Bamboe misleidend? De volgende bronnen zeggen er iets over:

 ‘Basics of textile coloration’ van A. Broadbent over het maken van viscose:

“Na het natspinnen van een verdunde natronloogoplossing van het xanthaat-ester van cellulose, in een zuur spinbad worden de cellulose filamenten gevormd, door coagulatie en hydrolyse van de ester.”

“Viscoseproductie bestaat uit een hele serie processen, die zeer stringente controle vereisen. Er zijn grote hoeveelheden water nodig en de basische, oplosbare koolwaterstoffen en zwaveldelen in onbehandeld afvalwater vormen een probleem voor het milieu. Een nieuwer type geregenereerde cellulose (lyocell genaamd) wordt nu geproduceerd door middel van een proces dat minder watervervuiling genereert.”

“De lyocellvezels, ontwikkeld door Courtaulds en Lenzing lijken de twee belangrijkste problemen van de viscoseproductie opgelost te hebben: de overmatige milieuvervuiling en de matige natte sterkte van de viscosefilamenten. De generieke naam ‘lyocell’ is afgeleid van het Griekse woord  ‘lyein’, wat ‘oplossen’ betekent en gebruikt wordt voor vezels van geregenereerde cellulose, wat direct geproduceerd wordt uit een oplossing van cellulose, in plaats van uit een oplossing van een cellulosederivaat.”

“Het mooi van de lyocelltechnologie is het hergebruiken van de herwonnen oplossing en van veel van het proceswater. Bovendien, is het aantal stappen van het proces veel kleiner dan bij de productie van viscose.”

Wikipedia (over viscose, 4 september 2012):

“Het productieproces gaat als volgt: cellulose uit hout of katoen [red.:  niet eerder van gehoord, wel van bamboe] wordt behandeld met natriumhydroxide, en dan vermengd met koolstofdisulfide. Hierbij wordt cellulose xanthaat gevormd dat wordt opgelost in meer natriumhydroxide. Dit vormt de viscose-oplossing.
Deze oplossing kan heet door een smalle spleet worden geperst (met behulp van een extruder) om cellofaan te maken, of door een spinneret (spindop) om rayongaren [red.: ofwel viscose ] te spinnen. Hierbij wordt door middel van een zuur de cellulosestructuur weer hersteld.
Het productieproces voor het maken van viscose is al in 1891 ontdekt door drie Britse chemici: Charles Cross, Edward Bevan en Clayton Beadle. De octrooien op dit proces zijn gekocht door Courtaulds. Het proces wordt nu in Europa minder gebruikt dan in het verleden omdat koolstofdisulfide en bijproducten van het proces milieuvervuilend zijn.

Ik waag het hiermee nog steeds de door velen bejubelde milieuvoordelen van bamboe te betwijfelen. Natuurlijk, als je met reguliere katoen vergelijkt dan is er gerust iets voor bamboeviscose te zeggen, maar reguliere katoen staat dan ook wél bekend als extreem milieubelastend…

Heb je een andere bron, aanvullende gegevens, of wil je er op een andere manier op reageren, hoor ik het graag!

 

Leave a Reply